1. De opkomst van agentic commerce
We optimaliseren niet langer alleen voor mensen. Met agentic commerce treden AI-agents op als personal shoppers die namens klanten onderzoek doen, onderhandelen en aankopen doen.
De verschuiving: deze niet-menselijke kopers geven niets om je merkverhaal of emotionele video's. Ze zoeken naar gestructureerde data, API-toegankelijkheid en duidelijke specificaties van de prijs per eenheid.
Het zakelijke gevolg: vooruitstrevende bedrijven beginnen zich te richten op AI-agents én menselijke shoppers. Als jouw productgegevens niet machineleesbaar zijn, kan je merk onzichtbaar worden voor de grote volumes kopers van de toekomst.
“Slimme bedrijven kijken hoe ze hun verkoopinformatie zichtbaar kunnen maken voor AI. We hebben het over alles van productomschrijvingen tot productvarianten, verzendbeleid, retourbeleid, promoties en kortingen, productbeschikbaarheid en duurzaamheid. Al die informatie moet beschikbaar zijn voor een agent om te doorzoeken.” – Bernardo Caldas, Director of Data and AI, Mollie
2. AI-gestuurde hyperpersonalisatie
AI is verhuisd van de backoffice naar de voorkant van de winkel. We treden nu het tijdperk binnen van de 'winkel voor één', waarin websites zich in realtime aanpassen aan het profiel en gedrag van elke individuele bezoeker.
De verschuiving: dynamische etalages passen de navigatie en zoekresultaten nu aan op basis van realtime gedrag. Stel je een site voor die zijn hele catalogus opnieuw rangschikt op basis van de aankoopkans van een bezoeker. Of die ter plekke gepersonaliseerde productomschrijvingen genereert.
Het zakelijke gevolg: de opbrengst is een efficiëntere conversie. Europese consumenten zijn echter gevoelig voor de privacyparadox. Ze willen personalisatie, maar accepteren geen openlijke surveillance of misbruik van hun gegevens. De winnaars zijn de merken die zero-party data gebruiken (gegevens die klanten vrijwillig met je delen) in plaats van ouderwetse trackingcookies.
3. Unified commerce: één enkele bron van waarheid
We laten de modeterm 'omnichannel' achter ons en gaan richting de operationele realiteit van unified commerce. Voor een grondigere uitleg gaat onze gids voor unified commerce dieper op dit onderwerp in.
De verschuiving: unified commerce betekent dat we afscheid nemen van silo's waarin de kassa van je fysieke winkel niet communiceert met je magazijn. Unified commerce creëert één backend waarin prijzen, voorraad en klantgeschiedenis in elk kanaal identiek zijn.
Het zakelijke gevolg: dit zou grote winst in kapitaalefficiëntie moeten opleveren. Realtime voorraadinformatie voorkomt spookvoorraden (verkopen wat je niet hebt) en maakt actieve voorraadrotatie mogelijk, wat de fulfilmentkosten kan verlagen.
“Unified commerce was vroeger een utopie die was voorbehouden aan multinationals en hun teams van datawetenschappers. Maar vandaag de dag is het dankzij identifiers zoals PAR voor elk bedrijf eenvoudig om een klant te volgen van een fysieke terminal naar een online winkelwagentje. Wat ooit een complex enterprise-project was, is nu een standaard zakelijke tool geworden.” – Diane Albouy, Principal Product Manager, Mollie
4. De gecombineerde winkel als logistiek knooppunt
Jarenlang sprak de sector over de retail-apocalyps, waarin fysieke winkels zouden verdwijnen. Maar in 2026 is de fysieke winkel nergens heen. Sterker nog, in sommige gevallen is het de ultieme logistieke troef geworden, waarbij fysieke locaties functioneren als snelle knooppunten in een veel groter netwerk.
De verschuiving: we zien de opkomst van winkels met een dubbelleven. Aan de voorkant zijn het belevingscentra waar klanten producten kunnen aanraken, voelen en proberen. Aan de achterkant (en vaak in de gangpaden buiten openingstijden) dienen ze als micro-fulfilmentcentra voor lokale online bestellingen. Met dit gecombineerde model kun je ship-from-store, click-and-collect (BOPIS) en lokale retouren vanaf één locatie afhandelen.
Het zakelijke gevolg: dit is een directe aanval op de kosten voor de 'last mile'-levering, van oudsher het duurste en meest inefficiënte deel van de toeleveringsketen. Door bestaand vastgoed te gebruiken om bestellingen te verwerken, kun je de CO2-voetafdruk en de verzendkosten van gecentraliseerde magazijnen drastisch verlagen.
5. Duurzaamheid als voorwaarde om te mogen ondernemen
In 2026 is duurzaamheid geen onbewezen marketingpraatje meer. Het is niet langer genoeg om vaag te beweren dat een product 'milieuvriendelijk' of 'bewust gemaakt' is. De Europese Unie eist nu verplichte, door data onderbouwde transparantie. Dit betekent dat je nauwer dan ooit moet samenwerken met je leveranciers om ervoor te zorgen dat elke stap in je toeleveringsketen gedocumenteerd en machineleesbaar is.
De verschuiving: de belangrijkste aanjager hiervan is het Digital Product Passport (DPP). Zie het als een digitaal geboortecertificaat voor elk item dat je verkoopt. Vanaf 2026 moeten batterijen – en later ook textiel en elektronica – voorzien zijn van een scanbaar datapunt dat hun hele levenscyclus volgt, van de herkomst van de grondstoffen tot de manier waarop het item aan het einde van zijn levensduur kan worden gerecycled.
Het zakelijke gevolg: de belangen zijn groot. Non-compliance is nu een juridisch risico dat ertoe kan leiden dat je volledig van de EU-markt wordt uitgesloten. Er is echter een enorm voordeel. Deze geverifieerde gegevens zijn de brandstof voor de re-commerce (wederverkoop) boom. Wanneer een klant de authenticiteit en de materiaalgeschiedenis van een luxe tas of een techproduct kan bewijzen, blijft de restwaarde hoog. Merken die het DPP omarmen, vinden nieuwe inkomstenstromen door hun eigen platforms voor tweedehands artikelen te faciliteren.
6. Onzichtbare betalingen via A2A
In 2026 begint het traditionele 16-cijferige kaartnummer als een relikwie aan te voelen. We betreden het tijdperk van onzichtbare betalingen, waarbij transacties drempelloos verlopen en direct zijn geïntegreerd in de bankapps en wallets die consumenten al dagelijks gebruiken.
De verschuiving: de belangrijkste katalysator is de opkomst van account-to-account (A2A) betalingen, aangejaagd door de uitrol van Wero. Dit is een Europees initiatief dat wordt gesteund door 16 van de grootste banken van het continent om een lokaal alternatief te bieden voor internationale kaartsystemen.
Het zakelijke gevolg: dit is een slimme zet voor je marges. Door de traditionele kaartnetwerken te omzeilen, kunnen Wero en andere bankoverschrijvingsmethoden een kosteneffectiever alternatief bieden voor kaarten. En met de verplichte acceptatie van SEPA Instant verdwijnt de status van betalingen 'in behandeling'. Het geld wordt in enkele seconden van de rekening van de klant naar die van jou overgeboekt, wat je liquiditeit en cashflow een flinke boost geeft.
“We gaan naar een wereld waarin een klant niet eens meer nadenkt over zijn fysieke kaart – die autoriseert een overboeking gewoon met een vingerafdruk of gezichtsscan. Maar bedrijven moeten niet denken dat dit een universele verschuiving is. Elk land heeft nog steeds zijn eigen nuances. De sleutel is het vinden van een partner die die complexiteit uit handen neemt, zodat jij je kunt richten op de groei.” – Iryna Agieieva, Head of Payments, Mollie
7. De strijd om de checkout barst los
De markt voor achteraf betalen (BNPL) geniet al lang een drempelloze reputatie, maar 2026 markeert het einde van het ongereguleerde tijdperk. Met de volledige handhaving van de herziene EU-richtlijn consumentenkrediet (CCD II) wordt de checkout-ervaring voor miljoenen Europeanen fundamenteel herontworpen.
De verschuiving: BNPL is nu wettelijk geclassificeerd als volwaardig consumentenkrediet. Dit betekent dat de oude achterdeurtjes, zoals de uitzondering voor leningen onder de € 200 of kortlopende rentevrije regelingen, zijn verdwenen. Elke BNPL-transactie vereist nu een systematische toetsing van de kredietwaardigheid. Of een klant nu een bank van € 500 of een paar schoenen van € 30 koopt, aanbieders moeten nu op basis van betrouwbare financiële gegevens controleren of de klant kan terugbetalen.
Het zakelijke gevolg: er is een mogelijke daling van de conversie te verwachten, omdat de impuls uit impulsaankopen op afbetaling wordt gehaald. De checkout-flow bevat voortaan verplichte waarschuwingen (zoals “Geld lenen kost geld”) en gestandaardiseerde informatiebladen die de totale kosten van het krediet uitleggen.
8. De consumentgerichte benadering van B2B
Deze verschuiving in B2B-commerce zat er al lang aan te komen en wordt gedreven door jonge professionals die digitaal zijn opgegroeid. Ze hebben geen geduld voor handmatige facturen, PDF-bestelformulieren en knoppen om een prijs op te vragen. Ze eisen dezelfde efficiëntie als in de D2C-wereld.
B2B-kopers stappen af van traditionele bankoverschrijvingen met een betalingstermijn van 30 dagen en verwachten nu directe methoden, waaronder B2B-specifieke BNPL-oplossingen die kredietvoorwaarden bieden op het verkooppunt, zonder de administratieve rompslomp van handmatige kredietcontroles.
De verschuiving: zakelijke kopers eisen nu hetzelfde gemak van één klik dat ze ervaren op Amazon of Otrium. Dit betekent een verschuiving naar uitgebreide self-service portals waar kopers toegang hebben tot contractspecifieke prijzen, realtime voorraden in meerdere magazijnen kunnen inzien en complexe bulkbestellingen in enkele seconden kunnen afronden.
Het zakelijke gevolg: dit is een enorme stimulans voor de operationele efficiëntie. Wanneer je het transactionele deel van B2B digitaliseert, kun je de verkoopkosten drastisch verlagen. Je verkoopmedewerkers zijn niet langer veredelde administratieve krachten die handtekeningen najagen of voorraadniveaus controleren, zodat ze zich in plaats daarvan kunnen richten op het opbouwen van waardevolle relaties en het verkopen van complexe oplossingen.