Deze twee maatregelen moderniseren het bestaande Europese kader voor betalingen.
PSD2 – aangenomen in 2015 – gaf ons Open Banking en Strong Customer Authentication (SCA). Dat was een belangrijke eerste stap. Maar sindsdien is de markt snel veranderd. Digitale platforms zijn gegroeid. Fraude is geavanceerder geworden. Om met die veranderingen mee te bewegen, introduceert de Europese Commissie een nieuw, tweedelig pakket: PSD3 en PSR.
Wat is PSD3?
PSD3 richt zich op de mechanismen achter de schermen. Het bepaalt wie er met je geld mag omgaan en hoe streng die partijen worden gecontroleerd.
De grootste verandering is de samenvoeging van PI's en EMI's:
Payment Institutions (PI's): Dit zijn bedrijven die geld van A naar B verplaatsen. Ze verwerken betalingen, maar mogen klantgelden alleen tijdelijk vasthouden.
Electronic Money Institutions (EMI's): Deze werken meer als digitale wallets. Ze kunnen geld overmaken, maar het saldo ook voor onbepaalde tijd bewaren.
Tot nu toe hadden deze twee groepen verschillende vergunningen en deels andere regels. Met PSD3 wordt dit op elkaar afgestemd. Voor jou betekent dat beter overzicht, veiligere transacties, minder onterechte weigeringen bij de checkout en scherpere tarieven.
Naast het vergunningenkader stelt PSD3 ook strengere eisen aan de manier waarop betaalproviders worden aangestuurd en gecontroleerd. Dat gaat van outsourcing tot hoe zij over de grenzen opereren. Dit speelt zich vooral op de achtergrond af, maar het bepaalt wel welke aanbieders je kunnen bedienen en hoe veerkrachtig hun operatie is.
Op deze punten gaan we verder in in het hoofdstuk ‘Belangrijkste veranderingen door PSD3 en PSR.’ Eerst kijken we naar wat PSR precies regelt.
Wat is PSR?
Als PSD3 de blauwdruk is voor organisaties die met geld werken, dan is de PSR de set regels voor hoe betalingen in de praktijk verlopen. Het gaat om eisen voor veiligheid, transparantie en fraudepreventie die in de hele EU op dezelfde manier gelden. Of je klant nu in Berlijn of Barcelona zit.
Voor groeiende Europese bedrijven zorgt dit voor een gelijk speelveld. Het maakt zakendoen in meerdere landen eenvoudiger en biedt een voorspelbaar kader om in Europa op te schalen. PSR bestaat uit drie belangrijke onderdelen:
Fraudebestrijding: Er komen nieuwe regels om ‘spoofing’ aan te pakken, waarbij oplichters zich voordoen als banken. Als een bank of betaalprovider een duidelijke fraudepoging niet opmerkt of ingrijpt, kan de aansprakelijkheid bij die partij komen te liggen in plaats van bij de gebruiker. Deze maatregel is bedoeld om het hele ecosysteem betrouwbaarder te maken.
SCA 2.0: De nieuwe regels moeten onnodige SCA-controles bij transacties met een laag risico verminderen. Tegelijk stimuleren ze gebruiksvriendelijkere, phishing-bestendige methoden, zoals biometrie. Ook worden de controles rond het registreren van apparaten en wallets aangescherpt.
Duidelijkere identiteiten: Iedereen heeft wel eens een cryptische code zoals ‘WP-TX-998’ op een bankafschrift gezien en zich afgevraagd waar die betaling voor was. PSR schrijft ‘transactietransparantie’ voor. Dat betekent dat bankafschriften de werkelijke handelsnaam van de ontvanger moeten tonen. Dit is een grote stap vooruit, want het verlaagt het aantal onbedoelde chargebacks doordat klanten een afschrijving niet herkennen.
Waarom gebeurt dit nu?
PSD2 legde een groot deel van de basis voor digitale betalingen van vandaag. Maar technologie en fraudetactieken zijn sindsdien verder ontwikkeld. Daarom is PSD3 in feite een broodnodige update, zowel op het gebied van beveiliging als van nieuwe functionaliteiten. Dat is belangrijk, omdat de manier waarop we betalen de afgelopen tien jaar waarschijnlijk meer is veranderd dan in de vijftig jaar daarvoor.
De Europese Commissie komt met deze update om drie duidelijke operationele redenen:
1. Omgaan met steeds slimmere fraude
Sterke klantauthenticatie heeft basisvormen van kaartfraude verminderd, maar heeft oplichters ook creatiever gemaakt. We zien een enorme toename van AI-gestuurde oplichting, van social engineering tot spoofing. En nu instant betalingen van rekening naar rekening de nieuwe Europese norm worden, zijn transacties onherroepelijk. Dat betekent: als het misgaat, is het geld weg.
De nieuwe regels richten zich specifiek op deze geavanceerde vormen van oplichting. Regelgevers breiden de aansprakelijkheid uit om ervoor te zorgen dat het ecosysteem betrouwbaar blijft voor je klanten.
2. Open Banking toegankelijker maken
Open Banking was de grote belofte van PSD2. In de praktijk bleek het vaak omslachtig. Veel fintech-apps waren afhankelijk van trage of onbetrouwbare bankkoppelingen, met time-outs en gefrustreerde klanten als gevolg.
PSR dwingt banken nu om speciale, krachtige interfaces aan te bieden. Daarnaast schrijft het een inclusief ontwerp voor, zodat de authenticatie voor iedereen werkt. Ook voor ouderen of mensen met een visuele beperking die bijvoorbeeld afhankelijk zijn van spraakherkenning.
3. Een internationale standaard creëren
Onder PSD2 interpreteerden verschillende EU-landen de regels soms net iets anders. Zo kon een fintech in Ierland met andere obstakels te maken krijgen dan een fintech in Italië. Met de invoering van PSR biedt de EU één set regels voor het hele continent. Dat maakt het makkelijker om je bedrijf op te schalen. Bijvoorbeeld van één naar zevenentwintig landen – zonder je hele checkout te veranderen.